Uitkrantcolumn #32: waarin ik concurreer met een duikboot en een gierkuil

Uitkrantcolumn #32: waarin ik concurreer met een duikboot en een gierkuil

Dit jaar pak ik het heel anders aan, dat feestje. Ik bak twee taarten, haal wat van die plopwijn en verder laat ik het gewoon op z’n beloop. Kijk, ik ben natuurlijk de enige niet die vanavond een feestje geeft, ik heb concurrentie van zo’n zesduizend andere feestjes: de opening van een restaurant in een duikboot, het optreden van een kloon van 2Pac en een illegale rave in een voormalige gierkuil, allemaal dingen waar de potentiële scharrels en de vrienden van vrienden óók heengaan. Dan snap ik ook wel dat het ondoenlijk is je vooraf te binden aan één klein feestje als het mijne.

Maar hee, ik blijf rustig. Vorig jaar zei ik nog dat ik van z’n langzalzeleven geen feestje meer zou geven – een belofte die ik even vergeten was – maar kijk eens hoe flegmatiek ik nu met die overvloed aan ziekmakende onzekerheden omga.

O, vanavond is ook de Museumnacht? Wist ik niet joh, tuurlijk schat, je hebt al kaartjes, snap ik toch! Ach, S. en K. sms’en ook af, het is ook niet niks natuurlijk, een uur met de trein, zeker niet met de griep, niets aan te doen.

Goed, taart dus. Hmm, deze boter ligt al sinds mijn vorige verjaardag in de koelkast… Nou hè bah zeg, is M. óók al grieperig, ach gut, en jij moet hem verplegen, nou, bloemetjes kusjes emoji. Niet om het een of ander, maar is er soms een griepepidemie? Nou ja, de vrienden met peuters hebben tenminste nog níét afgezegd.

Godverdegloeiende, moet dat deeg nog anderhalf uur rusten voor het in de oven kan? Misschien gaat het sneller als ik er zachtjes tegen práát. Tien minuten is wel genoeg. Ah kijk, de peuters en hun ouders zeggen nu ook af. Arme stumpers, iets over een zee van snot en kinderkots. The Exorcist-achtige bedtaferelen. Succes, beterschap xxxx! Zeg, hoe groot is de kans eigenlijk dat van een groep van 30 mensen er 4 de griep hebben? Even kijken wat de website van het RIVM zegt. Er is weinig griep in Nederland. 20 gevallen op 100.000 inwoners.

Nou, nog een half uurtje tot het feest – althans, ik zei natuurlijk ‘vanaf een uurtje 8’, zo ongedwongen ben ik, maar als er überhaupt nog íémand komt, is die er waarschijnlijk pas rond middernacht. En als er dan maar één iemand komt, zal ik die getuige van mijn sociale ondergang moeten wurgen met een vlaggetjeskoord. Voor middernacht zou ik trouwens zelf nog naar een ander feestje kunnen gaan waar ook niemand kwam opdagen, of kunnen emigreren naar een land waar ze wel fatsoensnormen hebben.

Zo, 8 uur. O, de kookwekker, eens even kij wat de fak! Even schrapen maar, zie je niks van. Laat dat glazuur ook maar zitten. Die ondankbare honden verdienen niet beter. Ik heb buikpijn. Krijg je van al dat rauwe taartdeeg. Wacht, ik voel een voorzichtig griepje opzetten. Nee nee, nu weet ik het zeker, een volgroeide griep. Niets aan te doen natuurlijk. Weet je, ik prop alle slingers in de prullenbak en als er iemand komt doe ik de lichten uit en duik ik achter de ba- O, de bel. Hoera.

Advertenties