Uitkrant #11: waarin ik pleit voor entreeprijzen bij de Kalverstraat

Uitkrant #11: waarin ik pleit voor entreeprijzen bij de Kalverstraat

De Amsterdamse politie herinnerde er in oktober nog maar eens aan: de Kalverstraat is al twee keer gesloten vanwege file. Winkelend publiek belde toen naar 112, want het kon de winkels niet meer uit. Toen ik het las stelde ik me levendig voor dat de Kalverstraat naast de Bijenkorf de Wespenvanger zou komen te heten, zo’n ding vol ranja waar je wel in kunt maar niet uit, met de Amsterdam Dungeon als massagraf in het midden.

Nou is het bekend dat daar altijd een stroom langzaamlopend verkeer sjokt, waar met name op de kruising met het Spui bijna geen doorkomen aan is (tenzij je met de bierfiets bent). Maar stilstaand verkeer is hier nieuw. Ik zag een Youtube-filmpje van een Japans onderzoek waarin je ziet hoe een aantal automobilisten, aan wie gevraagd is in een cirkel te rijden op gelijke snelheid, binnen een minuut stil staat. Voetgangers in rijen zijn net zo gedoemd: mensen kunnen én niet gelijkmatig bewegen, én niet inschatten. Als één iemand een klein beetje vertraagt omdat ‘ie de etalage van Forever21 bekijkt, remt de volgende te veel af, en rolt een golf van steeds grotere vertraging naar achter. Uiteindelijk sta je stil tegen je wil, met je tasje in de Pull & Bear, en je wilde nog wel naar die nieuwe Primark Flagship Store op het Damrak. Waar is die Damschreeuwer als je hem nodig hebt om de boel te ontruimen?

Sinds ik dit las raak ik al in paniek in de buurt van de Wespenvanger. Een meerbaanssysteem is niet genoeg. Je moet ook nog iets bedenken voor spooklopers, invoegend verkeer en dan hebben we ‘t nog niet eens over recreanten die ‘even schuin willen oversteken’ van de Zara naar Bershka, daarmee de hele kruising met de Duifjessteeg lam leggende. De Douglas lijkt zo dichtbij, en je wilde nog een Rituals-pakket voor je moeder onder de boom. Probeer dán die kerstgedachte maar eens vast te houden. Entreepoortjes zijn de enige oplossing.

In de autowereld is de oplossing er al lang. De zelfbesturende auto heeft vrijwel geen reactietijd, tegenover ¾ seconde bij een mens. De gelijkenis tussen voetganger en auto houdt bij traagheid wel op, want als een automobilist een file voor zich ziet, kan ‘ie niet meer ontkomen. De winkelende mens heeft een keuze. Je hebt vast weleens naar een wespenvanger gekeken en gedacht: ziet die wesp zijn broers en zussen niet verdrinken daar boven?

Deze column staat in de november-editie van de Uitkrant Amsterdam. Je kunt ‘m ook altijd hier gratis lezen (of als je in Amsterdam bent, ergens meenemen)

Uitkrant #10: waarin ik het thuis beter vind maar niet het beste

Uitkrant #10: waarin ik het thuis beter vind maar niet het beste

‘Can you define “Dutch culture” for me?’ Naast me bij het kampvuur van onze Airbnb zit een betweterige reiziger, zo’n type dat het begrip mansplaining vast graag aan je uitlegt. Nee, is natuurlijk het juiste antwoord, maar tot nu toe zijn mijn reisgenoot en ik op onze tocht door Californië voornamelijk Amerikanen tegengekomen die Italiaans en Frans als dialecten zien van het Europees. Dus ik waag toch een poging mijn vaderland hier te vertegenwoordigen en begin een braaf betoog over tolerantie, democratie en vrijheid.

Het is heel gek, maar nu ik hier zit, voel ik het zwakke stroompje vaderlandsliefde dat door mijn aderen vloeit opspelen. Ja, dat mateloze Amerikaanse nationalisme brengt in mij iets teweeg dat ik helaas moet omschrijven als nationalisme. Gemiddeld genomen heb ik daar echt nauwelijks last van. Een heel land liefhebben is me algauw te veel gevraagd. Maar terwijl ik dat beleefde verhaal afdraai, maak ik in mijn hoofd ongewild en razendsnel de vergelijking tussen ons en Amerika. Eten? Beter in Nederland. Veiligheid? Beter. Vrouwenrechten, LHBT-rechten, gezondheidszorg? Beter, beter, we tha best, alles is beter, ik hou van Holland, breng me terug!

Ik ben nog niet terug of ik lees dat minister Schippers in haar H.J. Schoo-lezing zei dat onze cultuur ‘beter is dan alle andere die ik ken’. Met het idee dat andere (bijvoorbeeld moslim-)culturen misschien óók gewoon onze cultuur kunnen nemen. Als je zoiets zwart op wit ziet, staat het, nou ja, een beetje silly. Ik denk even terug aan een paar dagen eerder, toen we in It’s a Small World After All zaten, de Disney-attractie waarvan je nu het liedje in je hoofd hebt, en ik zie voor me hoe Edith in haar bootje langs de decors met honderden culturen vaart en na afloop kirt: ‘Ik vond ons het beste hoor!’

Schippers doelde met ‘cultuur’ eigenlijk alleen op waarden als vrijheid en tolerantie. Die attractie staat intussen precies voor het soort cultuurrelativisme waar ze vanaf wil zijn: alle culturen even leuk en dus vredig naast elkaar. Het eigenlijk idee erachter is juist dat je culturen niet kunt vergelijken – althans niet openlijk. Daarom kun je je beter op overeenkomsten tussen mensen en culturen richten. Ik gok dat de grote filosoof Walt daarom alle poppetjes precies hetzelfde gezichtje gaf.

Wat blijkt? De wereld is niet small after all – ik moest een takke-end terugvliegen. Ook in Disneyland is de afstand tot de moslimcultuur blijkbaar te groot om te overbruggen: in 2012 werd een werkneemster met hijab er ontslagen. Met dit in het achterhoofd, ben ik dus reuze benieuwd naar de speelfilm over It’s a Small World After All die in de maak is, en de plottwist waarmee deze cultuurclash daarin wordt opgelost. Sommige dingen kun je niet wegzingen met irritante liedjes.

Deze column stond in de oktober-editie van de Uitkrant Amsterdam. Je kunt ‘m ook altijd hier gratis lezen (of als je in Amsterdam bent, ergens meenemen)

Jaap en Max, 63 jaar samen

Jaap en Max, 63 jaar samen

Voor mijn eerste lange stuk in de Volkskrant interviewde ik in augustus Jaap (89) en Max (94), die al 63 jaar samen zijn. Sinds 1953 als ‘goede vrienden’, sinds hun huwelijk in 2003 officieel als geliefden. Trots en blij dat ik hun verhaal mocht opschrijven. Ook 💜 voor de illustratie van Kazuma Eekman ❤️ 💛 💙 💜#gaypride 🌈

Je kunt het hier gratis lezen op de site van de Volkskrant.

IllustratieJaapenMax.jpg

Uitkrant #9: waarin ik mijn ideeën over kunst begraaf

Uitkrant #9: waarin ik mijn ideeën over kunst begraaf

‘Leuk, een cadeautje voor de buurt,’ dacht stadsdeel Zuid, ‘we doen een kunstwerk.’‘Thanks, heb je het bonnetje nog?’ zeiden de bewoners van de Theophile de Bockstraat. Ze bliefden het niet, de betonnen zuilen van kunstenares Femke Schaap, met daarop ‘romantische, slowmotion beelden van een bron, fontein en waterval’.
Sterker nog, ze reageerden min of meer alsof er een asielzoekerscentrum voor pedofiele vluchtelingen naast hun crèche kwam. Zelfs toen de eerste palen al de grond in werden gemept, wilden ze ‘t ding nog liever begraven dan ernaar kijken. De kunst werd afgelast. Bewoner-kunst: 1-0. (Wij in Amsterdam Noord halen onze neus trouwens niet op voor tweedehands kunst, Femke. Bel ons)

Niet genoeg maatschappelijk draagvlak heet dat. Sinds 2013 wijst ook hetAmsterdams Fonds voor de Kunst op het ‘toenemende belang’ daarvan. Maar wat is ‘draagvlak’ precies als het om kunst gaat, hoe meet je het en hoe groot moet het dan zijn? En waarom speciaal bij kunst een volksgericht? Er is zoveel wat ik niet leuk vind aan de openbare ruimte. Mij wordt niets gevraagd, anders kregen ze niets gedaan daar. Ik ben de baas over mijn woonkamer en daar kan ik het al nauwelijks met mezelf over eens worden.

In 1976 wachtte het stadsdeel Noord gewoon af of de kunst in de fik zou gaan. Er was luid protest tegen een kunstwerk van Shinkichi Tajiri bij het Buikslotermeerplein, ‘De Ontmoetingsplaats’. Draagvlak of niet, het kwam er gewoon. De hardhandige verwijdering die omwonenden aankondigden bleef uit. In juni van dit jaar is op de ontmoetingsplaats een feest gehouden door buurtbewoners om het kunstwerk te eren. Mijn zus woont ernaast, ze vindt het spuuglelijk. Ik vind het wel goed, geloof ik. Als ons iets was gevraagd, hadden we vast tegen gestemd. Ik verwacht van kunst dat het telkens niet doet wat ik verwacht. Dus vraag me vooral niet wat ik wil, vooraf.

Natuurlijk heb ik wel ideeën over kunst. Heel veel mensen hebben dat. Wat doe je daar dan mee, als moderne, inspraaklievende, draagvlak-creërende gemeente?

Zoals bij veel problemen biedt kunst ook hier het antwoord.
Voor hun kunstwerk ‘Het Goud van Lopik’ organiseerden Hans Aarsman en Erik Kessels workshops met ondernemers van het naastgelegen bedrijventerrein. Twaalf van hen bedachten een kunstwerk voor de rotonde. De ontwerpen zijn verguld en in een capsule onder de rotonde begraven.’Daar zouden meer gemeentes iets mee kunnen doen, zo’n ideeënbus onder de grond. Veilig voor toekomstige generaties.’

Deze column stond in de september-editie van de Uitkrant Amsterdam. Je kunt ‘m ook altijd hier gratis lezen (of als je in Amsterdam bent, ergens meenemen).

Uitkrant #8: Waarin ik lekker alles voor mezelf hou

Uitkrant #8: Waarin ik lekker alles voor mezelf hou

Het lijkt bijna misdadig, om straks een maandje m’n huis leeg achter te laten. Want wie in een krappe stad even een washok vacant heeft, moet éigenlijk meedoen aan de sharing economy. Ik klikte wat rond in de ‘stories’ van AirBnB en zo leerde ik Shell kennen, een textielontwerpster die haar hippe New Yorkse loft in 2012 openstelde voor mensen die door orkaan Sandy dakloos waren geworden. In het filmpje dat AirBnB maakte om haar barmhartigheid te onderstrepen, zie je hoe Shell de daklozen aan haar boezem drukt bij de deur. ‘Ik zie de ware spirit van New York’, zegt een ontroerde vluchteling. Zo kwam Shell’s gezicht op posters in metrostations terecht, en werd ze voor AirBnB wat Marco is voor War Child. Even.

Want waar is die schattige kunstenares en postergirl Shell nu heen? Ehm, uitgezet. Shell had de eigenaar van de loft, die ze zélf huurde, verteld dat ze er ‘kunstenaars’ uit de hele wereld zou ontvangen om mee ‘samen te werken.’ Vertaald uit sharing economy-taal betekent dat ‘ik ga het huisje melken door $475 per nacht aan toeristen te rekenen en een deel ervan aan een bedrijf te geven dat wereldwijd illegale hotels faciliteert.’

Zo toonde het gezicht van AirBnB per ongeluk óók het ware gezicht van AirBnB, de doodordinaire money-multiplying-economy. Alles suggereert dat we toewerken naar een warme, wollige wereld waarin we afstappen van traditionele vormen van eigendom, een plek waar iedereen samenwerkt. Maar het is misschien eerder het tegengestelde, een plek waarin ook privé-tijd, ruimte en eigendom ineens hun prijs hebben. En of ‘iedereen wint’ is nog maar de vraag.

Ik héb een huis, en ik zal niet doen alsof idealisme de voornaamste reden is dat ik niet AirBnB. Ik doe dat niet omdat de mogelijkheid bestaat dat ik maanden later nog kippenbotjes vind in mijn gymschoenen, of polaroids van Italianen die feesten in mijn ondergoed, dat de gasten mijn dagboeken GoogleTranslaten of ik bij terugkomst een fret als huisdier blijk te hebben. AirBnB confronteert me dus juist met mijn hebberigheid. Zo lang ik het me kan veroorloven, deel ik lekker niet.

 

Deze column stond in de juli/augustus-editie van de Uitkrant Amsterdam. Je kunt ‘m ook altijd hier gratis lezen (of als je in Amsterdam bent, ergens meenemen).

Meestervertellers interviewen

Meestervertellers interviewen

Op het Nederlands Film Festival (vanaf 20 september) gaan Henk van Straten en ik zes makers/schrijvers interviewen over hun filmkeuze in het programma Meestervertellers. Films die zíj belangrijk vinden, omdat ze de wereld laten zien vanuit andere culturele, etnische en sociale perspectieven. Zo spreek ik er bijvoorbeeld acteur Mandela Wee Wee op vrijdag 23 september over zijn keuze voor Wan Pipel, na de vertoning om 21:15 in ’t Hoogt. Daarnaast zie je er films en interviews met Elfie Tromp, Neske Beks, Karim Traïda, Gülsah Dogan en Beri Shalmashi en meer. Bekijk hier het hele programma. En o ja, je kunt er met je Cinevillepas heen. wan-pipel