ELLE interview met Ozcan Akyol

ELLE interview met Ozcan Akyol

In januari ging ik in Deventer langs bij schrijver Ozcan Akyol voor een interview. Deze maand staat het in ELLE. Hier lees je een preview, hier is de Blendle-link.

Ozcan.jpg

elle.jpg

Advertenties
Hoera: terug als columnist, op Cineville en ook op Radio 1

Hoera: terug als columnist, op Cineville en ook op Radio 1

Leuk nieuws: in kom in mijn tweede leven bij Cineville terug als columnist! Om de week kijk ik een fonkelnieuwe film en betrek daar van alles bij. Deze eerste editie is dat natuurlijk Guillermo Del Toro’s ‘adult fantasyfilm’ The Shape of Water (te zien vanaf 15 februari), en de vraag waarom het monster en meisje nou nooit eens lekker rampetampen. Dubbel-leuk: die film bespreek ik ook op NPO Radio 1 in het programma Langs de Lijn en omstreken, donderdagavond 15 februari voor het eerst, tussen 22 en 23. Luister maar. Of lees. Of allebei.
LEES HET HIER

sex.jpg

Prinses Carnaval in de Volkskrant

Prinses Carnaval in de Volkskrant

Vandaag in de Volkskrant: mijn stuk over prinses carnaval. Volgens carnavalsfundamentalisten hoort de leider van het feest natuurlijk een man te zijn (want traditie et cetera), maar dat hield Prinses Marieke (Keiendonkers van Megen), Prinses Jeanny (Grenszuukers van Baarle-Nassau) en Prinses Astrida (Kattendonders van Helmond) niet tegen. En dus zocht ik ze op, samen met fotograaf Daniel Cohen, volgde ik ze in de polonaise en sprak ik ze over hun weg naar de troon. Te lezen in de Volkskrant, of hier online, of hier op Blendle. Alaaf.

MariekeBoven Prinses Marieke van Keiendonk (Megen), onder Prinses Jeanny van Smokkelgat (Baarle-Nassau).Jeanny.jpg

Column Uitkrant #23: waarin ik mannen wil die niet omlopen

Column Uitkrant #23: waarin ik mannen wil die niet omlopen

Schermafbeelding 2018-01-29 om 11.23.08 (De nieuwe Uitkrant is er. Met mijn coverstuk over flirten en op pagina 21 natuurlijk ook mijn column. Omdat de Uitkrant even niets op hun blog zet, plaats ik hem hier door)

Het was oudejaarsnacht. De nacht was fris, mijn adem niet. Ik had net mijn fiets voor mijn huis aan het hekje geklust en de sleutels in mijn jaszak gepropt, toen er ineens een man voor mijn neus stond. ‘Do you want to be my friend?’ vroeg hij, op een manier die niet vriendschappelijk klonk. De straat was verlaten, er was nog nu en dan een wegstervende knal te horen. Terwijl mijn hart sloeg als een duizendklapper en de man wachtte op antwoord, telde ik mijn opties: zou ik gillen als een keukenmeid, zou ik de sleutels, die ik vast in mijn jaszak opzocht met mijn rechterhand, direct in zijn oog steken, of zou ik een high kick uitdelen, die ik in gedachten ineens beheerste?

De ochtend erna dacht ik terug aan iets dat ik had gelezen. Veel mannelijke vrienden hadden me gezegd dat ze niet wisten wat er van ze werd verwacht na #MeToo, dus ik had gedaan wat ik kon: ik had het voor ze gegoogeld. Ik vond een stuk van Nicole Stamp op CNN, dat heette: ‘Wat je als fatsoenlijke man kunt doen na #MeToo’. Zoals: geef vrouwen een beetje ruimte in het donker. En de volgende tip voor het donker bleef knagen: ‘Als je een vrouw voorbij wil, steek dan de straat over voor je sneller gaat lopen. Het is een kleine geste die veel vrouwen een veiliger gevoel zal geven.’

Wacht, wát? Alle mannen wordt vriendelijk verzocht voortaan een blokje om alle vrouwen heen te lopen? Dat is geen kleine geste, maar een totale omslag in het voetgangersverkeer, een actief mijd-beleid, een avondrondjesklok. En welke mannen zouden er nou voortaan braaf slalommend de nacht door trekken? Niet de mannen die écht het best met een boog om elke vrouw heen kunnen lopen natuurlijk. Die lezen geen opiniestukken, die grijpen hun kans: het is donker! Een hopeloos verzoek om schijnveiligheid. Wat fatsoenlijke mannen kunnen doen na #Metoo, is fatsoenlijk doen. De rest zoekt vriendinnen op verlaten straten.

Ik moest nog reageren op het vriendschapsverzoek. De man leek onder invloed, mooi. De high kick was dus de beste oplossing, dan zou ik zijn bewusteloze lichaam daarná met de sleutel bewerken. Wat als ik hem per ongeluk in één keer doodtrap?, dacht ik met de overmoed van 3+ glazen prosecco achter de kiezen – waar moest ik hem dan opbergen? In de kruipruimte? ‘Please?’ drong de man aan. ‘My friendzone is full,’ zei ik eindelijk en beende weg met een tred waar, in mijn beleving, de kracht vanaf spatte. Eenmaal binnen gluurde ik om de hoek van mijn keukenraam, alsof ik niet zomaar uit mijn raam zou mogen kijken of er soms engerds stonden. Ik deed alle lichten aan.

 

Flirten met de Uitkrant

Flirten met de Uitkrant

Voor de Uitkrant van februari schreef ik het coverartikel, een complete flirtgids. Het heet Flirten na #MeToo, en (surprise) dat gaat ongeveer hetzelfde als flirten vóór #MeToo. Toch was het erg leerzaam voor me om eens uit te zoeken hoe je nou écht goed flirt. Je vindt hem in Amsterdam in al die bakken, of online hier.
Met superleuke illustraties van Agnes Loonstra.Veel flirtplezier.

 

Column Uitkrant #22: Waarin ik mezelf van mijn vrijheid moet beroven

Column Uitkrant #22: Waarin ik mezelf van mijn vrijheid moet beroven

(Omdat de Uitkrant / I Amsterdam tijdelijk niets online zet, zet ik mijn column voor de Uitkrant nog even hier. Deze is alweer van december/januari maar toch)

‘Ge-nie-ten’, antwoord ik als mensen vragen hoe ik ‘t vind, mijn pasverworven vrijheid als zelfstandige. En dat klopt, ik geniet erop los, meer dan goed voor me is. Ik heb als eigen baas heus een goede arbeidsmoraal, maar ik voldoe er als werknemer helaas niet aan. Ik moet mezelf kortom direct weer van een deel van die pasverworven vrijheid beroven, en een situatie van dwang creëren op een bureauplek of broedplaats, waar het #Workmode of WeWork of HardWork of MoreWork heet. Daarmee zal ik als baas, ik heb er nu eenmaal voor betaald, een gevoel van plicht scheppen bij mezelf als werknemer.

‘Het lijkt me inspirerend om een werkplek te delen met andere creatieve mensen in andere disciplines’, hoor ik mezelf dus zeggen tegen een knappe fotografe die een stijlvolle, witte werkruimte vol knappe mensen beheert. Pas als ik er zit bedenk ik hoe akelig veel dit lijkt op hospiteren. Ik zeg dus niets over mijn concentratieprobleem, of dat ik van plan ben me als een soort bloedzuiger op te hijsen aan de werklust van anderen. Hoe vaak ik gebruik wilde maken van de ruimte? ‘Van 9 tot 5’, zeg ik met een uitgestreken gezicht. ‘Ik heb een enorme 9-tot-5-mentaliteit.’
Ik denk aan die keer dat ik me noodgedwongen iets meer Oud-Zuid voordeed, in de hoop in Oud-Zuid te kunnen wonen. En die keer bij dat feesthuis, waar ik deed alsof ik (type huismus, boekje lezen en uitslapen) al die feestjes op de gang ‘juist heel leuk’ vond. Ik wist nog niet of ik zo iemand wilde zijn, maar voor het geval dat. ‘Meis,’ berichtte de fotografe later, ‘we hebben al iemand anders voor de ruimte.’ ‘MEIS!?’ riep ik verontwaardigd door de woonkamer, en ik appte mijn moeder gelijk of ze die aanhef niet ook belachelijk vond (nee). Als het zo moest hoefde ik niet in een witte ruimte vol knappe mensen te werken.

Een passende plek is nog niet gevonden. En ach, er blijkt bij navraag toch een gigantische poel van zelfverwijt over nooit bezochte werkplekken te bestaan, waarbij het stuwmeer aan scriptieschuldgevoelens verbleekt. Zo groot eigenlijk, dat ik de volgende keer maar open zal zijn over het feit dat ik de huur van de plek meer als een weddenschap met mezelf zie, of als een dwangsom, en dat het dus nog maar de vraag is of ik hier überhaupt ooit zou komen. Misschien maakt dat mij wel de ideale bureaugenoot. Ik denk dat de volgende huizenbubbel er een is van werkplekken waar niemand werkt.