Paultje Column in de Uitkrant september

Paultje Column in de Uitkrant september

Voor de september issue (ha!) van de Uitkrant interviewde ik Paultje Column, catwalkcoach (onder meer in Holland’s Next Top Model) en trainer extraordinaire. Ook onderging ik een van zijn trainingen. Je vindt de Uitkrant op ontelbaar veel plekken in Amsterdam, zomaar voor niks.

 

Advertenties
Uitkrant #29: waarin ik op zoek ben naar een dekmantel

Uitkrant #29: waarin ik op zoek ben naar een dekmantel

Niemand heeft uitgelegd waarom, maar het lijkt ineens besloten: wie voor zijn vakantie een oppas zoekt voor een kat, plant of aquarium vraagt niet langer een gunst, maar biedt een dienst aan. Het verschil tussen beide is subtiel, dus de presentatie is cruciaal. Vakantievriendenverhuurders zeggen niet: ‘Wij zoeken een geduldige oppas voor onze Sphynxkat Zorba in week 40 en 41’, maar: ‘Facebookvrienden, ons supertopappartement vlakbij de Hallen is beschikbaar voor twee weken, buitenkansje met als bonus kat Zorba voor de gezelligheid.’ De huur noem je een vergoeding, daar zijn het je Facebookvrienden voor. In de reacties buitelen de stakkers over elkaar heen.

Ik vroeg mijn kattenvrienden of zij dit nu ook zo aanpakken. ‘Nee, belachelijk!’, zegt kattenbezitter I. , ‘als ik iemand vraag op mijn kat te passen stop ik de koelkast vol en bedank diegene op mijn blote knieën.’ Kattenbezitter L. snapt het wel. ‘Ik betaal toch ook voor mijn huis?’ ‘Mensen doen dit omdat Amsterdam zo duur is’, voegt N. toe. Volgens Steffi Posthumus, die begin augustus in het Parool over het verschijnsel schreef, compenseren Amsterdammers inderdaad steeds vaker hoge woonlasten met vriendenverhuur tijdens hun vakantie. De krapte op de woningmarkt, waar ook in mijn linksige vriendenkring luid over wordt geklaagd, komt op dat moment ineens wel gunstig uit.

Het is alsof de Airbnb-verhuurder een lelijke liefdesbaby heeft gemaakt met iemand met een kattenprobleem: volgens de Airbnb-gedachte is elke ongebruikte vierkante meter geld uit het raam, en ben je een sukkel als je geen cocktails sipt in Phuket terwijl je je huisje melkt. Maar die arme kattenmensen kúnnen hun huis niet met goed fatsoen op Airbnb zetten, want Zorba moet elk uur ingesmeerd worden met factor vijftig. Daarnaast hebben ze logischerwijs koortsdromen van droogneukende stags en hens op hun steigerhouten salontafel, als ze het al droog houden. Om nog maar te zwijgen over die snackbarhouder op de begane grond die je gaat verlinken bij de woningbouwcorporatie. Je wilt wel weten wie je erop kunt aanspreken als je Pulp Fiction-poster is gescheurd. Dus gebruik je Facebook als gespuisfilter, kom maar, wanhopende huiszoekende vrienden.
Tuurlijk, prima, vraag en aanbod, geld is geld, enzovoorts.

En tuurlijk, het hangt ervan af wát je dan precies voor je huis vraagt. Maar als we alles gaan kwantificeren, wil ik wel vaststellen: wat is het passen op de planten, de kat, of het aquarium met tropische vissen dan precies waard? Moet de huis-sitter ook het Instagramaccount van Zorba blijven updaten en doorsparen voor die leuke bakjes van de Appie? Ter indicatie: een suite in het Katnapolsky kost zo’n 20 euro per dag. Planten begieten schaal ik in op vijf euro, een Asos-bestelling voor de buren aannemen ook. En o ja, komt er een schoonmaker voor dat gore kattenhaar? Nee? Ai. Ook niet onbelangrijk: mogen de oppassers het pand tussentijds onderverhuren?

Niets menselijks is mij vreemd. Ik ga over een week op vakantie en ik heb nog geen vriend gelukkig gemaakt met deze buitenkans. Er is maar één probleem: ik heb geen dekmantel (of dakmantel), geen chinchilla of veeleisende plant, waarmee ik de transactie als enigszins vriendschappelijk kan maskeren. Mogelijk zal ik me noodgedwongen te buiten moeten gaan aan een exorbitante luxevakantie: zo een waarbij ik op het strand denk aan mijn heerlijke, holle huis.

In de rij in de Volkskrant

In de rij in de Volkskrant

Ik hou erg van pretparken. Toch denk ik vaak als ik in de rij sta: waarom? Wat doen we hier eigenlijk? Waarom breekt er geen opstand uit? Dus schreef ik voor de Volkskrant een stuk over de wondere wereld van het wachten. Met de meest uit de klauwen gelopen rijen van de wereld, economisch filosoof Antoon Vandevelde, de Efteling en natuurlijk Wessel Wit van pretparkwebsite Looopings.
Je leest hier hier op de site van de Volkskrant
En dit is de Blendle-link. 
Met foto’s van Renate Beense.
RenateBeenseVolkskrant.jpg

Uitkrant #28: waarin ik me niet meer kan verstoppen

Uitkrant #28: waarin ik me niet meer kan verstoppen

Het nieuwe normaal sloop mijn leven binnen zonder dat ik er erg in had. Mijn geliefde D. begon zijn locatie te delen. Als hij onderweg was naar mij plopte er een kaartje tevoorschijn en zag ik live in WhatsApp hoe zijn poppetje over het IJ naar mij toe schipperde. Ik had er niet om gevraagd, maar zoals wel vaker met technologische ontwikkelingen waar ik niet om heb gevraagd (groepschats, 4D-bioscoopstoelen met windeffecten, kinderwagens voor honden, de intelligente haarborstel) legde ik me erbij neer dat het vanaf nu zo zou zijn. Volgens die beroemde quote, die nu ik hem Google niet van Darwin blijkt te zijn maar van ene Megginson, is het immers niet de sterkste of intelligentste persoon die de beste overlevingskansen heeft, maar degene die het best tegen verandering kan.

Na een paar weken eenzijdige lokatie-informatie sommeerde D.: ‘doe ff locatie delen’. Allez, dacht ik, het moet wel een beetje van twee kanten komen, zo’n relatie. Mijn ligging was nu ook weer geen staatsgeheim en ik vertrouwde mijn iPhone alle gevoelige informatie toch al toe, tot mijn pornovoorkeuren aan toe. Het had ook iets romantisch, vond ik, tot een technologisch-conservatieve vriend zag hoe ik tijdens een etentje het kaartje opende om te kijken waar D. zich bevond. De vriend zei: ‘Dit is ontzettend creepy en fucked up’ en deed zijn best om de ernst van de situatie aan mij uit te leggen. Ik zat, als ik het goed begreep, in een 1984-achtig observatorium, een situatie van totale controle, waarin mijn gegevens vroeg of laat tegen mij zouden worden gebruikt.

Zou kunnen. Toen Snapchat een locatiefunctie lanceerde in 2017, wisten veel gebruikers niet dat de app hun locatie niet alleen deelde als ze een post plaatsten, maar elke keer als ze de app openden. Zo verklapten een hoop vreemdgangers dat ze níet bij de Zonnebloem waren voor vrijwilligerswerk, maar bij hun tweede viool. Ik héb geen tweede viool, bedacht ik, maar ja, dat moet je bij twijfel dan dus bewijzen met je locatiegegevens. Er bestaan echtelieden die elkaar voortdurend tracken, omdat het kan. Ik keek de vriend glazig aan en vroeg me intussen af: wat doet D. zo lang op de De Clerqstraat? (Antwoord: Slijterij Sterk)

Vorige week zou ik D. ontmoeten op het station. ‘Ik ben onderweg’, typte ik met de ene hand, terwijl ik met de andere mijn nog natte haar kamde. ‘Onderweg’ is, dat weten we allemaal, een rekbaar begrip. We zijn allemaal voortdurend onderweg. D.’s poppetje stond al voor de Hema. ‘Deel even je locatie :)?’, appte hij. Argh! 1984! Totale observatie! Supersurveillance! Dystopia! Niet delen betekende toegeven dat ik loog. Wel delen ook. Wat als ik hierna nog meer wilde liegen? En, belangrijker: wat als ik gewoon soms kwijt wilde zijn?

Een youtuber liet me in acht handige stappen zien hoe ik kon doen alsof ik in de bieb zit, terwijl ik in werkelijkheid in da club sta, muhaha! Het omgekeerde zal voor mij harder nodig zijn, eigenlijk. Mijn ware gegevens zijn vooral oninteressant, maar daarom niet minder waardevol. Als je in mijn iPhone mijn Belangrijke Locaties bekijkt (ja, die houdt-ie bij), zie je een platgetreden paadje tussen kantoor en thuis.

Toch geloof ik dat ik nu in een proefperiode zit, qua locatiegegevens. D. was intussen een kroketje gaan eten bij de Febo.