In de rij in de Volkskrant

In de rij in de Volkskrant

Ik hou erg van pretparken. Toch denk ik vaak als ik in de rij sta: waarom? Wat doen we hier eigenlijk? Waarom breekt er geen opstand uit? Dus schreef ik voor de Volkskrant een stuk over de wondere wereld van het wachten. Met de meest uit de klauwen gelopen rijen van de wereld, economisch filosoof Antoon Vandevelde, de Efteling en natuurlijk Wessel Wit van pretparkwebsite Looopings.
Je leest hier hier op de site van de Volkskrant
En dit is de Blendle-link. 
Met foto’s van Renate Beense.
RenateBeenseVolkskrant.jpg

Advertenties
Uitkrant #28: waarin ik me niet meer kan verstoppen

Uitkrant #28: waarin ik me niet meer kan verstoppen

Het nieuwe normaal sloop mijn leven binnen zonder dat ik er erg in had. Mijn geliefde D. begon zijn locatie te delen. Als hij onderweg was naar mij plopte er een kaartje tevoorschijn en zag ik live in WhatsApp hoe zijn poppetje over het IJ naar mij toe schipperde. Ik had er niet om gevraagd, maar zoals wel vaker met technologische ontwikkelingen waar ik niet om heb gevraagd (groepschats, 4D-bioscoopstoelen met windeffecten, kinderwagens voor honden, de intelligente haarborstel) legde ik me erbij neer dat het vanaf nu zo zou zijn. Volgens die beroemde quote, die nu ik hem Google niet van Darwin blijkt te zijn maar van ene Megginson, is het immers niet de sterkste of intelligentste persoon die de beste overlevingskansen heeft, maar degene die het best tegen verandering kan.

Na een paar weken eenzijdige lokatie-informatie sommeerde D.: ‘doe ff locatie delen’. Allez, dacht ik, het moet wel een beetje van twee kanten komen, zo’n relatie. Mijn ligging was nu ook weer geen staatsgeheim en ik vertrouwde mijn iPhone alle gevoelige informatie toch al toe, tot mijn pornovoorkeuren aan toe. Het had ook iets romantisch, vond ik, tot een technologisch-conservatieve vriend zag hoe ik tijdens een etentje het kaartje opende om te kijken waar D. zich bevond. De vriend zei: ‘Dit is ontzettend creepy en fucked up’ en deed zijn best om de ernst van de situatie aan mij uit te leggen. Ik zat, als ik het goed begreep, in een 1984-achtig observatorium, een situatie van totale controle, waarin mijn gegevens vroeg of laat tegen mij zouden worden gebruikt.

Zou kunnen. Toen Snapchat een locatiefunctie lanceerde in 2017, wisten veel gebruikers niet dat de app hun locatie niet alleen deelde als ze een post plaatsten, maar elke keer als ze de app openden. Zo verklapten een hoop vreemdgangers dat ze níet bij de Zonnebloem waren voor vrijwilligerswerk, maar bij hun tweede viool. Ik héb geen tweede viool, bedacht ik, maar ja, dat moet je bij twijfel dan dus bewijzen met je locatiegegevens. Er bestaan echtelieden die elkaar voortdurend tracken, omdat het kan. Ik keek de vriend glazig aan en vroeg me intussen af: wat doet D. zo lang op de De Clerqstraat? (Antwoord: Slijterij Sterk)

Vorige week zou ik D. ontmoeten op het station. ‘Ik ben onderweg’, typte ik met de ene hand, terwijl ik met de andere mijn nog natte haar kamde. ‘Onderweg’ is, dat weten we allemaal, een rekbaar begrip. We zijn allemaal voortdurend onderweg. D.’s poppetje stond al voor de Hema. ‘Deel even je locatie :)?’, appte hij. Argh! 1984! Totale observatie! Supersurveillance! Dystopia! Niet delen betekende toegeven dat ik loog. Wel delen ook. Wat als ik hierna nog meer wilde liegen? En, belangrijker: wat als ik gewoon soms kwijt wilde zijn?

Een youtuber liet me in acht handige stappen zien hoe ik kon doen alsof ik in de bieb zit, terwijl ik in werkelijkheid in da club sta, muhaha! Het omgekeerde zal voor mij harder nodig zijn, eigenlijk. Mijn ware gegevens zijn vooral oninteressant, maar daarom niet minder waardevol. Als je in mijn iPhone mijn Belangrijke Locaties bekijkt (ja, die houdt-ie bij), zie je een platgetreden paadje tussen kantoor en thuis.

Toch geloof ik dat ik nu in een proefperiode zit, qua locatiegegevens. D. was intussen een kroketje gaan eten bij de Febo.

Uitkrant #27: waarin ik testreiziger ben van de Noord/Zuidlijn

Uitkrant #27: waarin ik testreiziger ben van de Noord/Zuidlijn

Onderzoekend kijk ik rond tussen de mede-testreizigers in het nieuwe metrostation; zometeen word ik met deze mensen slachtoffer van een rampscenario en je wilt toch even zien met wie je in een ramp belandt. Ik spreek een man aan met een vouwfiets, ik was even vergeten dat vouwfietsbezitters graag en lang over de vouwfiets praten. Hij zegt dat hij de eerste wil zijn met een vouwfiets in de Noord/Zuidlijn. Is de test al begonnen? vraag ik me af.

Verder zie ik met name ouders met kinderen en pensionado’s met een fotografiehobby – mannen met een windjack en een spiegelreflexcamera met meer functies dan ze in hun leven nog kunnen afwerken. Terwijl we wachten op ons lot, grabbel ik in de lunchpakketjes die zijn uitgedeeld: een melige appel, twee broodjes, drinkyoghurt en een mueslireep. Niet slecht.

Over mijn blauwe GVB-hesje draag ik een oranje sjerp, zo’n ding dat je vroeger bij gym met hockey om moest. Maar wat betekent de oranje sjerp? Wat maakt ons oranje? Zijn wij slachtoffers van een brand, een terroristische aanslag? Een leegstromende Arena na de Toppers? Een man die over de geneugten van de vouwfiets komt praten? ‘Vorige week hadden we een springer’, zegt een meervoudig testreiziger achter mij trots. Ook in de wereld van het testreizigen kun je je laten voorstaan op ervaring. Misschien sprong hij wel niet, denk ik, misschien was het een man die te veel over zijn vouwfiets had gepraat.

De GVB-vrouw pakt de microfoon. ‘U ziet wat voor sjaal ik om heb?’ vraagt ze. ‘Een AZ-sjaal, inderdaad. Het rampscenario van vandaag is: hooligans.’ Onstuimig gejoel door de groep. ‘Nee, nee, u bent niet de hooligans’, zegt de vrouw. Teleurgesteld rumoer door de groep. We wachten gedwee terwijl de hooligans de vernietiging van het metrostation voorbereiden. In de hoek houdt een man met grijs haar, dat met gel in pieken is gezet, de wacht naast een rookmachine. ‘Voor de rook hè, van de fakkels.’

De gevreesde metro komt het station binnen. We staan klaar voor een horrorscenario. De deuren schuiven open: er komt een groep senioren met camera’s om hun nek naar buiten geschuifeld. ‘Boeeeee’ roepen de senioren, en ze lopen het perron op om te gaan fotograferen. Huppelende kinderen met vuvuzela’s aan hun mond snellen hen voorbij. Hun ouders erachteraan, de telefoon in de hand om alles te filmen.

Er zijn nu alleen nog hooligans in de basisschoolleeftijd actief, met kattenrugzakjes en lichtgevende schoenen. ‘Ik ben een hoooligaaan!’ roept een jongen van een jaar of zes. Misschien hadden wat tekstkaartjes met ‘Joden’, ‘Sylvie is een hoer’ of ‘Het is koud, het is guur, gooi wat joden op het vuur’ geholpen. Als laatste stappen de oudere stellen gearmd de metro uit, vuvuzela’s in de handtas gestoken. De man met het grijze gelhaar staat te glunderen in zijn rookwolk, terwijl de reizigers worden geëvacueerd. Het duurt lang voor we weer naar binnen mogen om zelf met de Noord/Zuidlijn te gaan, want de EHBO-mensen moeten allemaal een selfie met de noodsituatie nemen.

‘We mochten wel de roltrap stilzetten’, zegt een hooliganvader, ‘maar alleen als er niemand op stond.’ Bij alle roltrappen is inmiddels op het knopje geduwd. Mocht u in de metro straks een clubje hooligans zien naderen; niet gevreesd. Hooguit wordt u door pensionado’s gespiegelreflext en kapot gevuvuzelaat door kinderen met kattenrugzakjes. Veilige reis.

Modememoire #1 in ELLE

Modememoire #1 in ELLE

Happy news: vanaf deze maand vind je elke maand een modememoire van mijn hand in ELLE. Eerder dit jaar maakte ik al een editie met acht stuks, maar er zijn zoveel meer goeie verhalen dat we nu elke maand terug mogen komen.
De modememoires zijn ontzettend geweldige, emotionele, avontuurlijke of anderzins onvergetelijke verhalen over een kledingstuk dat de eigenaar nooit weg zou doen. Want kleding is zoveel meer dan alleen stof. De allereerste staat in ELLE juli, en is van stylist Indiana Roma Voss. Zij vertelt over de Hermèssjaal die ze kreeg van haar moeder, Bonnie Orleans Voss, voordat zij ernstig ziek werd. In ELLE augustus; Daily Paper-oprichter Hussein Suleiman.

Heb jij nou ook een fantastisch modeverhaal bij een al even tof kledingstuk, aarzel dan niet en mail me op emma.curvers@gmail.com.

ELLE