Parijs zonder Liefde

Parijs zonder Liefde

Een liefde in Parijs, Remco Campert, 2004

De zestigjarige dichter Richard Sanders is in Parijs op bezoek bij een oude vriend, Tovèr, met wie hij daar samenwoonde in de tijd waarin ze nog jonge ploeterende kunstenaars waren. Ze zullen hier een opening vieren ter ere van Tovèr’s nieuwe serie schilderijen en de franse vertaling van Richard’s boek, “De Kunst van het Vergeten”. Al op de eerste dag van Richard’s verblijf treft hij op straat vluchtig een vrouw die hem herkent, maar hij weet bij god niet wie ze is. Terwijl hij wacht op de ontmoeting met zijn oude vriend, die hij geslaagder dan zichzelf acht, verzandt hij bij de herinneringen aan Parijs in het licht van hun tanende vriendschap in weemoed.

Met het gemak van een ervaren schrijver worden we achteloos van jaren geleden naar nu en het midden geleid. Het Parijs van Campert is mooi beschreven en heel leesbaar. Zijn eenzame verblijf zet het verleden van de gelijkgestemden, strevend naar kunstenaarschap in nog niet gedefinieerde vorm, toenemend in een sentimenteel daglicht. Richard graaft verder in zijn herinneringen om zijn vraag te beantwoorden: wie was die vrouw?

Als hij logischerwijs zijn liefdesverleden opdiept stuit hij alleen op seksuele herinneringen of platte gedachten. Liefde heeft in het leven van Richard Sanders en vooral zijn vriend Tovèr vaak moeten wijken voor “het kunstenaarschap”. Tovèr kiest nog steeds voor dezelfde rendabele formule om zijn arrogantie en veelwijverij tot een levensstijl te kunnen verheffen. En Richard, die in zijn werk elke keer naar iets anders zocht, naar verdieping, verbetering, heeft tóch niet de ultieme levensvervulling gevonden. Als het succes wordt ontmanteld als een “laagje vernis”, een “zelfvervaardigd identiteitsbewijs” (het schrijverschap van Richard) of een “trucje” ( de schilderkunst van Tovèr), lijkt ook de drijfveer van de vriendschap met Tovèr weg te vallen.

De ontgoocheling krijgt Richard in zijn greep, helemaal als blijkt dat zijn vroegere drankgebruik tot levensgrote gaten in zijn geheugen heeft geleid. Doordat het personage van Richard Sanders soms wat ongenuanceerd, bijna gemakzuchtig op het papier gekwakt is wil dat drama me maar niet raken. En alleen mooie zwartgalligheid in de tegenwoordige tijd is niet genoeg om maar nostalgische herinneringen op te blijven halen, zodat Richard Sanders na een tijdje nog slechts het kortstondige medeleven oproept dat je hebt voor een ouwe vent die je arm vastgrijpt bij de bushalte en vertelt over de jicht die hem van het timmeren afhoudt.

Het einde is ronduit vreselijk. Zonder zo flauw te zijn iets te verraden, het doet niet onder voor een “de butler heeft het gedaan”.
In die zin past het perfect bij de terugblikkende vertelvorm en de valse kunstenaarsromantiek van de personages. Zonder deze bombastische uitsmijter was het nog een redelijk charmant onvoltooid werkje geweest. Als je van de schrijnende limiet van het kunstenaarschap wil vertellen, is het conceptuele hoogtepunt wel om het ultieme cliché-verhaal en Paris te schrijven. Ik denk niet dat dat de intentie was en hou het gewoon op een matig boek.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s