HOE TIM ARTS AAN ZIJN VIERENVEERTIG VOORNAMEN KWAM

HOE TIM ARTS AAN ZIJN VIERENVEERTIG VOORNAMEN KWAM

Tim Arts probeerde laatst weer in vertrouwen een gesprek aan te gaan over de schaamte die hem toekwam als drager van zo’n naam. Ik schreef hem het volgende. ( Image courtesy Botelli.) 

HOE TIM ARTS
AAN ZIJN VIERENVEERTIG VOORNAMEN KWAM

1

Er was eens een jongetje dat vierenveertig voornamen had. Dat kwam als volgt:

Middenin de donkere jaren tachtig raakte een leuk jong stel plotsklaps in verwachting. De moeder hoorde van de buurvrouw, dat wanneer het half januari regent en zich twee regenbogen aftekenen op Goede Vrijdag, het ongeboren vruchtje beslist een meisje zal zijn. “Oh nee hoor”, sprak de aanstaande moeder dan ook tegen de dokter toen deze vroeg of ze wilde weten of het een jongetje of een meisje zou worden.
“Dat weet ik alláng.”
Heel de negen maanden zinde de aanstaande moeder op de meest prachtige namen voor het kleine meisje: “Madeleine Rosanna” of “ Jeannette Marina” en “Willeke Willemijn”. Zo mijmerde de moeder wat af terwijl ze het kleine zolderkamertje waar het kind liggen zou met roze en gele strepen behing. En toch, toen het kind ter wereld kwam bleek het onmiskenbaar een jongetje. De kersverse ouders waren stomverbaasd en wisten zo vlug geen jongensnaam te verzinnen. De verloskundige legde de wolk van een kind toch maar met witte schoentjes aan in het roze kribbetje. Dat beviel de Vader niets en hij droeg de telg onmiddellijk de garage in, waar de naamloze tevree in slaap kukelde in een met dekentjes beklede sinaasappelkist. De nieuwe, mannelijke naam moest wat de Vader betrof terstond beklonken worden.

“Ach vrouw,” zei de Vader van het jongetje aan het kraambed van zijn vrouw,

“mijn vader heette Tim en dat was een stoere man. Laten we het jong maar zo noemen.”
“Tim… Arts…” mompelde de Moeder zorgelijk. Ook voor haar was haast geboden, want morgen moesten de geboortekaartjes de deur uit.
“Goed dan maar”, zei de Moeder van het jongetje.
De plaatselijke drukker fronste diep toen hij de opdracht kreeg maar de kaartjes werden desalniettemin gedrukt en verstuurd naar de familie van de Vader en Moeder van Tim en naar honderd mensen in het dorp. Zesenhalf jaar lang zaten de Vader en Moeder van Tim nietsvermoedend op een iets minder roze wolk met hun zoontje, volgens hen dus Tim Arts genaamd.
“Tim!” zeiden ze dus al die tijd vrolijk tegen hem, of soms op vermanende toon:
“Tím…”

2

Tim Arts ging naar de kleuterschool en altijd werd zijn naam als eerste genoemd in de klas. Dat vond de verlegen Tim helemaal niet leuk. Ook heetten er nog zeker drie andere jongens op school “Tim” waardoor hij op den duur maar helemaal niet meer reageerde op die naam.
Al op vierjarige leeftijd kon Tim zijn eigen naam schrijven, maar ook daarmee blonk hij niet uit: als een kind zijn wasco lukraak over het papier trekt staat er vrijwel altijd “Tim”. Maar er leek toch niets écht mis te zijn met de naam “Tim Arts”, tot Tim Arts in groep vier deelnam aan de kleurwedstrijd van Sinterklaas (het jaar 1992).
Tim kon erg mooi kleuren en deed urenlang zijn best op de tekening. Samen met zijn vriendje Maximiliaan von Schwarzenhöhe zat hij de week van de wedstrijd enkel nog binnen te kleuren. Tim Arts tekende een Sint en Piet op het dak en Maximiliaan von Schwarzenhöhe tekende… eigenlijk hetzelfde. Ze schreven hun naam eronder, Tim alle vijf de strepen en Maximiliaan liet de zijne door zijn moeder doen. De hoofdprijs, je naam in chocoladeletters, werd gewonnen door Maximiliaan von Schwarzenhöhe.
Onder dwang van zijn moeder stond Maximiliaan drie letters af aan Tim, de letter “S”, de “I” en de “M” – hij had immers geen “T” te bieden. Nu kon Tim alleen het woord “MIS” spellen en dat maakte hem nog droeviger. Heel december lang zat Maximiliaan von Schwarzenhöhe enkel binnen chocoladeletters te eten. Tim Arts heeft hem niet meer teruggezien.

3

“Mama” zei Tim dus ergens in januari 1993,
“Ik wil een andere naam. Deze is niets aan. Ik wil geen ‘Tim’ zijn.”
De Moeder van Tim trok zich het lot van haar zoon erg aan. Hij maakte haast nooit meer een tekening en zette volgens de juf ook alleen nog kruisjes in zijn schrift om zijn naam aan te duiden: dat baarde haar ernstige zorgen. Toen Tim naar bed was, besprak ze het probleem van de kruisjes met de Vader van Tim.
Samen besloten ze dat ze hun zoon letterlijk tekort hadden gedaan met die naam. Het was wel érg kort, het was bíjna korter, bijna dus, dan Wim Kok. En aan Wim Kok hadden ze beiden altijd een vreselijke hekel gehad. Waar Wim Kok altijd veel voordeel had gehad van die korte naam, omdat het volk en de journalisten zo’n naam niet fout konden spellen, Tim Arts daarentegen, die had er helemaal niks aan.
De nieuwe naam van Tim moest er een zijn die niemand in één keer juist zou kunnen spellen. Formulieren moesten nimmer voldoende zijn om in een keer zijn naam te bevatten. Eeuwig moest hij dralen bij loketten en op recepties.
Tim Arts, of eigenlijk ex-Tim Arts, dat werd een jongen om niet te vergeten!

“Tim. T.I.M.” peinsde de Vader van Tim, zesenhalf jaar te laat.
“Ja, dat moet eigenlijk zo blijven”, meende hij.
“Waarom dan wel?” vroeg de Moeder van Tim.
“Nou, mijn vader heette zo.
En ik heb ook net een mok met “TIM” erop voor Tim’s verjaardag gekocht.”
“Zo eentje met muziek?”
“Ja, zo eentje met muziek.”
“O, goed dan” zei de Moeder van Tim. “Dan verzinnen we er wat namen bij.”

4

De Moeder van Tim kwam ineens op een prachtige naam.

Ze kende ooit een Schaufensterdecorateur die Wolfgang heette en de etalages deed van de schoenwinkel waar de Moeder van Tim al sinds jaar en dag werkte. Die prachtige naam had ze altijd onthouden en ze schreef hem altijd met veel krullen op zijn kerstkaart. Stiekem was de Moeder van Tim erg dol op Wolfgang, maar de liefde was onbeantwoord gebleven. Daarbij paste de flamboyante levensstijl van Wolfgang niet zo bij de brave Moeder van Tim.
Wolfgang was een mallerd. Omdat hij de geur van rubber niet verdroeg besproeide hij telkens als hij de schoenenzaak binnen kwam stappen eerst de schoenen en de dames in de zaak met zijn parfum. Hij liep zelf liever geen lange stukken want dan werden zijn schoenen maar vies. In de zaak paradeerde hij op gestreepte sokken terwijl hij de beukenootjes en bladeren in de etalage verspreidde.
De dames stuurden Wolfgang keer op keer de Schaufenster in, maar hij kon geen weerstand bieden aan de nieuwe wintercollectie. Hij danste ermee door de winkel en als hij dan eindelijk klaar was met het aankleden van de Schaufenster zette hij met een glitterstift zijn handtekening in het hoekje van het raam, op zijn Kunstwerk, zoals hij het zelf altijd zei. Wat zeg ik, hoekje, de naam van Wolfgang nam eenvierde van het raam in beslag, zoveel krullen en hartjes als hij erbij tekende. Dan sprayde hij nogmaals zijn parfum en wuifde door de lucht voor hij vertrok. “Tschüschen!” zei hij dan.
Maar dit vertelde de Moeder van Tim allemaal niet aan de Vader van Tim.
Ze zei dat Wolfgang Dietermeijer een robuuste Noord-Hollandse landschapjesschilder uit Koog aan de Zaan was geweest, want de Vader van Tim hield erg van Noord-Hollandse landschapjes. Zo waren allebei de ouders van Tim erg blij met de tweede naam van Tim,

Tim Wolfgang.

5

Nu wilde de Vader van Tim ook een naam verzinnen. De Vader van Tim zei graag dat hij ingewikkelde literatuur las, maar stiekem zat hij avond aan avond te lezen in de autobiografie van Elvis. De Vader van Tim was een groot fan van Elvis en wilde zijn zoon maar wat graag naar The King vernoemen.

Daarom vertelde hij de Moeder van Tim het volgende:
“Wist je, Moeder van Tim, dat Elvis, de zanger die wij allemaal wel kennen van klassiekers als “I just called to say I love you”, “Bad” en “La Isla Bonita”, dat die Elvis naar een Griekse Held is vernoemd?”
“Oh ja?” vroeg de Moeder van Tim, “Vertel!”, en zo begon de Vader van Tim:


Zie je, de Moeder van Elvis was een filosofe. Een diepe, diepe filosofe.
Ze wilde erg graag de professionele filosofie bedrijven en volgde dus een moelijke studie, maar ze liet zichzelf helaas voortijdig bezwangeren.
De zwangerschap was geen pretje en dus was het uit met de pret, en uit met de studie. Nu had de Moeder van Elvis mooi de tijd om niks meer te doen en binnen te zitten. Ze las alleen nog boeken uit de DeAgostini-serie, over Griekse Helden en dat soort dingen. Avond aan avond vertelde ze haar man over de Griekse Helden naar wie ze haar zoon zou willen vernoemen. Socrates bijvoorbeeld vond ze een prachtige naam. Hele verhandelingen had ze geschreven over Socrates, maar niemand die ze publiceren wilde.


“Vrouwen zijn geen filosofen” sprak de Vader van Elvis dan, en gelijk had hij.
Ook Aristoteles vond ze een leuke naam. Ze zag zo voor zich hoe ze kleine Aristoteles uit het klimrek zou roepen voor het eten. Maar goed, veel zinnigs wist de Moeder van Elvis ook over Aristoteles niet te schrijven.
“En we zullen onze zoon zeer zeker niet naar zo’n Griekse homofiel vernoemen” zei de Vader van Elvis, en gelijk had hij.


De Moeder van Elvis kon intussen nog steeds geen fatsoenlijk verhaal op papier krijgen. Ze ratelde erop los op haar typemachine, en, bevangen van de zwangerschapshormonen als ze was, ontstond er in de verhalen een waanzinnige geschiedenis tussen Plato en zijn collega’s Socrates, Aristophanes, Diotima en Anaxagoras.

Op den duur stuurde de universiteit haar verhalen linea recta door naar de “Vriendin van Nu”, een damesblaadje uit die tijd. Dat vond de Moeder van Elvis ook wel best. De Moeder van Elvis poogde van lieverlee ingewikkelde liefdesgeschiedenissen te schrijven, maar de personages waren zo ethisch en filosofisch met elkaar, dat de problemen al gauw op raakten. Alles was maar moreel verantwoord, iedereen overlegde alles op rustige toon en bleef te allen tijde kalm.

Op een goede dag in het jaar 443 voor Christus werd Socrates dan ook woedend.
“Er gebeurt hier ook nooit wat in dit rotdorp” zei hij op rustige toon tegen Aristoteles.
“Ik verveel me te pletter!” En Socrates plaatste zijn hand peinzend onder zijn kin.
Aristoteles werd natuurlijk niet boos, want dat worden filosofen niet.
Hij zei: “Ik trek mij terug om wat druiven te eten op dat bankje daar”.
En zo geschiedde.
Alles was nog steeds koek en ei in de soap van de Moeder van Elvis, maar de redacteuren van “Vriendin van Nu” dreigden af te haken. Niet genoeg roddel! Geen intriges en romances! De Moeder van Elvis wist niet meer wat te doen. De redactie stond op het punt de soap te vervangen voor een “Lijf-en-jij-problemenrubriek”, maar toen, juist op tijd, vond de moeder van Elvis daar, in een heel stoffig en niet onbetwist geschiedenisboekje:

De Filosoof Elvis.

Nou ja, filosoof, het was een beetje een koekenbakker. De Filosoof Elvis was eigenlijk alleen heel sterk. Hij kon bijvoorbeeld goed boomstammen verplaatsen en stenen stapelen. Verder kon hij ook aardig koken en fantastisch goed kussen, maar men was het er over eens dat hij zich met de filosofie beter niet kon bemoeien.
In heel Athene wilde niemand ooit naar de Filosoof Elvis luisteren, maar omdat Filosofie de mode was, bleef hij toch erg gemotiveerd. “Gewichtheffen is zó 444!” zei hij dan, om weer liggend te gaan peinzen op een bankje. Hij wilde maar wát graag een verschijning maken op zo’n symposium als Socrates, Aristoteles en Plato elke donderdag organiseerden.
Op den duur lukte het de Filosoof Elvis een gekopieerde backstagepas voor het volgende symposium te krijgen door een van de liefjes van Socrates om te kopen met cola en koekjes. Omdat filosofen erg beleefd zijn durfde niemand te vragen wie de Filosoof Elvis uitgenodigd had, dus ook de volgende keer verscheen Elvis weer op het symposium. Na een tijdje hoefden Socrates, Plato en Aristoteles hun glas maar te heffen en jawel, daar stond Elvis weer:

“Hoi! Ik heb toch zo’n geweldige filosofie bedacht!”

Omdat de Filosoof Elvis geweldig knap was om te zien en de beste hamburgers bakte vonden Socrates, Plato en Aristoteles het na een tijdje niet meer zo erg dat hij op de symposia verscheen… als hij nou maar eens zijn mond wilde houden en gewoon hamburgers voor hen bakte! Ze maakten een afspraak met de Filosoof Elvis. Vóór het volgende symposium aanving mocht Elvis zijn theorieën bij wijze van voorprogramma onder het genot van een gitaarmuziekje opdreunen terwijl Socrates het vlees marineerde en Aristoteles de caipiriñha’s litersgewijs in zijn keelgat goot. Die donderdag was Elvis hartstikke blij en oreerde als een gek! Niemand verstond wat hij exact zei maar het klonk al met al best aardig. De Filosoof Elvis was zielsgelukkig en in ruil voor zijn plek in het symposium gaf hij Socrates, Plato en Aristoteles dubbele kipburgers met mayonaise.
Iedereen op het symposium was blij en het werd natuurlijk een vrolijk Sodom en Gomorra in “Athene-Behind the Scenes”, zoals dat in soapseries hoort. Het was afgelopen met dat langdradige gepeins, gezanik en geargumenteer!

De Moeder van Elvis kon het nu niet meer helpen en liet haar beperkte fantasie de vrije loop. De soapserie werd een daverend succes en de Moeder van Elvis was uitzinnig van vreugd. Eindelijk kon ze geld verdienen met haar zinloze gebrabbel! Haar droom was werkelijkheid geworden. Ze was de Filosoof Elvis zo dankbaar dat ze besloot haar zoon naar hem te vernoemen. Toen haar kind ter wereld kwam, een beetje verschrompeld en ook onooglijk, nam ze hem in haar armen en zei: “Elvis!”

De Vader van Elvis riep uit:
“Elvis? Are you crazy, wife? Why not something like Joe?”
Maar de Moeder van Elvis rende met de baby naar het gemeentehuis en schreef hem onmiddellijk in onder de naam Elvis.

“En dat, Moeder van Tim, is waarom ik mijn zoon graag Elvis zou willen noemen”,  zei de Vader van Tim.
“Hij bleek een onbegrepen filosoof. Ik geloof dat ik nog een aantal van zijn werken in een doos op zolder heb staan.”
Dat geloofde de Moeder van Tim op het woord van de Vader van Tim – ze hield namelijk niet van filosofie en las alleen graag “Vriendin van Nu”.

“Nou” zei de moeder van Tim, die gewoon van Elvis hield, “dan zijn we eruit.”
“Tim Wolfgang Elvis. Dat klinkt prachtig en het past ook nog wel op het naambordje bij de deur.”
“Ja,” zei de Vader van Tim, “dat klinkt als de naam van iemand die later grote dingen gaat bewerkstelligen!”
En de Moeder van Tim en de Vader van Tim hieven het glas op de nieuwe namen van Tim,

Tim Wolfgang Elvis.

6

Bij het ontbijt vertelden ze Tim over de namen en hij was aardig blij. Die middag zouden ze op bezoek gaan bij de Opa en Oma van Tim en Tim kon niet wachten om het nieuws te vertellen. En wachten moest hij, want ze hadden zich aan het televisieschema van de Opa van Tim te houden. De stokoude Opa van Tim zat sinds een aantal jaar hele dagen alleen nog MTV te kijken. Alle programma’s met vrouwelijke presentatrices moest hij zien en daarnaast hield de Oma van Tim hem zoet met oude videobanden van kitscherige musicalfilms.

Toen Tim al lang en breed aan de cola met cake zat met de Oma van Tim, en “Pop Chart 2000” afgelopen was, kon hij het nieuws eindelijk aan opa brengen.

“Ho ho ho”, zei daarop de Opa van Tim.
“Als we zo beginnen, dan wil ik dat Tim ook mijn naam meekrijgt. En wat denken jullie van de naam van mijn vader en moeder? En Oma van Tim?”
“Maar men geeft normaal gesproken alleen de namen van vaders kant mee” zei de Moeder van Tim tegen haar vader.
“Zulks is beslist niet geëmancipeerd!” zei de Opa van Tim.
“Zonder mijn vader was Tim er niet geweest! En zonder mij zeer zeker niet! Nee nee, men heeft een vader én een moeder nodig om een kind te maken!” zei de Opa van Tim en hij klopte zichzelf op de borst.
“Tsja,” zei De Moeder van Tim, “dat klopt wel een beetje”.

En zo moest de Moeder van Tim alle veertig voornamen van de overgrootvaders en overgrootmoeders, de betovergrootvaders en betovergrootmoeders en diens vaders en moeders meegeven aan de kleine Tim.
De Opa van Tim nam alle fotoboeken die hij had erbij en Tim mocht de namen noteren. Maar omdat de Opa van Tim al aardig dement was, wist hij vaak de namen niet meer. Dan verzon hij een aardige naam, zoals Wieger of Godfried. Een toen “MTV the Grind – California” begon mocht Tim het rijtje namen zelf afmaken. Tim koos voor Moos omdat hij de week ervoor een hond zag die zo heette en hij koos voor Jenga omdat hij dat spel erg graag speelde. Tim schreef alle namen zelf op het goede briefpapier en maakte soms een foutje. Uren later was iedereen eindelijk tevreden over alle namen van Tim. Er waren een aantal eigenaardigheden ingeslopen maar het was een kleurrijk geheel met van alles wat.

Toen wilde de Moeder van Tim Tim nog een slimme naam meegeven, om zijn academische toekomst zeker te stellen. Daarom dacht ze aan “Einstein”.

Tim Wolfgang Elvis Einstein.

7

De Moeder van Tim toog exact zeven jaar na de geboorte van voormalig Tim-Arts opnieuw naar de balie van de burgerlijke stand van de plaatselijke gemeente. Ze stond een hele tijd in de rij en maakte zich nog steeds wel zorgen om de vierenveertig voornamen. Er was íets dat nog niet helemaal juist was… maar wat?

Een dame van middelbare leeftijd achter het loket nam de lange notitie die de Moeder van Tim, de Opa en Oma van Tim en Tim hadden gemaakt aan en legde hem achteloos opzij.
“Eenmaal standaardnaamswijziging dus…” zei ze langzaam.
Ze nam een slokje van haar koffie voor ze iets intikte op haar computer. Toen ze het lange stuk papier erbij nam en het uitrolde tot op haar schoot, proestte ze het uit. De koffie spatte over de balie, over de notitie en de blouse van de Moeder van Tim.
“Maar mevrouw!”, zei de dame van de burgerlijke stand,
“….TIM? Dat kunt u toch niet menen!” Ze wenkte een van haar collega’s in het krappe kantoortje achter haar loket.
“Dit kan zomaar niet”, meende ook het Hoofd van de Afdeling die erbij kwam staan.
“In heel het dorp heten er al vierenveertig jongens Tim”, zei het Afdelingshoofd.
“We zitten al lang aan ons quotum qua Tims. Dit had men u zeven jaar geleden wel mogen vertellen!  Nu ja, toen was de “Wet op het Aantal Tims per Gemeente” nog niet in werking getreden…”
“Als we de nieuwe registratie indienen kunnen we niet opnieuw een Tim aanvragen. Uw kroost is nu helaas zonder naam, want Nellie hier heeft het wisprogramma al doorgevoerd. U zult iets nieuws moeten verzinnen, helaas, mevrouw de Moeder van Jongetje X.”

Het Afdelingshoofd zocht naar Tim en moest heel ver over de balie leunen om hem te zien.
“Wat denkt u van Jeroen?” en het Afdelingshoofd keek de Moeder van Tim enthousiast aan. De Moeder van Tim was nog altijd bezig de koffie van haar blouse te vegen. De rij achter hen werd al langer en langer en de mensen uit het dorp werden ongeduldig.
“Ja, dit lijkt me wel een Jeroen. Schrijf dat maar op, Nellie.”
En Nellie begon de namen in te vullen op een formulier in vijfvoud.
“Nee, oh nee!” schreeuwde nu de Moeder van Tim ineens.
“Dat kan zeer zeker niet! De Opa van Tim aan vaders zijde heette Tim en diens grootvader heette Tim, en zijn grootvader: óók Tim! Daarna weten we niet meer hoe onze stamboom verder gaat maar er is reden te vermoeden dat men toen ook al Tim heette. Dus Tim moet blijven, en alle namen die we tussen de voorouders in hebben verzonnen ook. Dat is wel zo geëmancipeerd en die namen horen allemaal bij onze familie.”
De Moeder van Tim knikte naar Tim, en Tim knikte terug. Tim was ook al wel een beetje gewend geraakt aan die naam, “Tim”. Daarbij kende hij al twee Jeroens, eentje was een beetje vreemd en de andere had vorig jaar luizen gegeven aan de hele klas. Toen Tim daaraan dacht begon hij heel hard te huilen.

“Tsja” zei Nellie, die erg graag nieuwe koffie wilde gaan halen.
Het Afdelingshoofd leunde ook ongedurig op het loket.
“Tim… Einstein… dit kunnen wij niet zomaar toelaten”, zei hij luid door het gekrijs van Tim.
“Goed dan”, zei de Moeder van Tim, “Einstein zal ik veranderen”.
“In orde. U krijgt nog één minuut, want de rij wordt steeds langer. En dan kunnen wij nu even koffie gaan halen.”

De Moeder van Tim dacht diep na. Juist op dat moment speelde op de radio het nummer “Brenda’s Got A Baby” van 2Pac. Nellie en het Afdelingshoofd deden om de tijd te doden een rondedansje door het kantoor met hun mokken in de hand. Ze dansten maar en de koffie gutste opnieuw over de blauwe vloerbedekking.
De Moeder van Tim streepte met haar lippenstift “Einstein” door op het doorweekte blaadje en schreef er “2Pac”onder. Zo was het een beeldschoon rijtje namen. Alles klopte nu beslist. Ze hield het blaadje trots omhoog en plakte het met roze kauwgum tegen het raampje van het loket.

“Klaar! Tim Wolfgang Elvis 2Pac ….. Arts!” riep de Moeder van Tim uit zodat de hele rij het kon horen. Eer ze klaar was met het opsommen van alle namen was het nummer van 2Pac voorbij, en het volgende liedje ook. Nellie en het Afdelingshoofd waren erg in hun nopjes, en de mensen in de rij voor het loket ook. De mensen uit het dorp proostten met poederkoffie uit de automaat terwijl Nellie de namen in de computer invoerde. Hier maakte ze wel nog een aantal tikfouten want het was inmiddels bijna vijf uur.

Er werd taart gekocht en de dag erop werden de verbeterde geboortekaartjes zeven jaar en één dag te laat verstuurd naar de familie van de Vader en Moeder van Tim en naar honderd mensen in het dorp.  Het nieuwe paspoort van Tim werd die middag gemaakt, en Nellie moest een speciaal uitvouwbaar boekje maken om alle namen erin te kunnen zetten:

Tim Wolfgang Elvis 2Pac Wieger Schollef Arendszoon Chacha DiGregorio Rock Freddy Darwinn Travolta Rabbits Toky-o Apple Prinse Montgomery Mozes The Quinsie Mikkie Jean-Claude Cøpperfield Kid Creole Nelson Boss Curtis Monti Gordn Burt Machjavelli Leonard Godfriet Hoagy Lusxcious Grant Bojangles Eugene Meatloaf Bauer Moos Jenga Arts.

En dat, lieve mensen, is hoe Tim Arts aan zijn vierenveertig voornamen kwam.

Advertenties

5 gedachtes over “HOE TIM ARTS AAN ZIJN VIERENVEERTIG VOORNAMEN KWAM

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s