Uitkrant #9: waarin ik mijn ideeën over kunst begraaf

Uitkrant #9: waarin ik mijn ideeën over kunst begraaf

‘Leuk, een cadeautje voor de buurt,’ dacht stadsdeel Zuid, ‘we doen een kunstwerk.’‘Thanks, heb je het bonnetje nog?’ zeiden de bewoners van de Theophile de Bockstraat. Ze bliefden het niet, de betonnen zuilen van kunstenares Femke Schaap, met daarop ‘romantische, slowmotion beelden van een bron, fontein en waterval’.
Sterker nog, ze reageerden min of meer alsof er een asielzoekerscentrum voor pedofiele vluchtelingen naast hun crèche kwam. Zelfs toen de eerste palen al de grond in werden gemept, wilden ze ‘t ding nog liever begraven dan ernaar kijken. De kunst werd afgelast. Bewoner-kunst: 1-0. (Wij in Amsterdam Noord halen onze neus trouwens niet op voor tweedehands kunst, Femke. Bel ons)

Niet genoeg maatschappelijk draagvlak heet dat. Sinds 2013 wijst ook hetAmsterdams Fonds voor de Kunst op het ‘toenemende belang’ daarvan. Maar wat is ‘draagvlak’ precies als het om kunst gaat, hoe meet je het en hoe groot moet het dan zijn? En waarom speciaal bij kunst een volksgericht? Er is zoveel wat ik niet leuk vind aan de openbare ruimte. Mij wordt niets gevraagd, anders kregen ze niets gedaan daar. Ik ben de baas over mijn woonkamer en daar kan ik het al nauwelijks met mezelf over eens worden.

In 1976 wachtte het stadsdeel Noord gewoon af of de kunst in de fik zou gaan. Er was luid protest tegen een kunstwerk van Shinkichi Tajiri bij het Buikslotermeerplein, ‘De Ontmoetingsplaats’. Draagvlak of niet, het kwam er gewoon. De hardhandige verwijdering die omwonenden aankondigden bleef uit. In juni van dit jaar is op de ontmoetingsplaats een feest gehouden door buurtbewoners om het kunstwerk te eren. Mijn zus woont ernaast, ze vindt het spuuglelijk. Ik vind het wel goed, geloof ik. Als ons iets was gevraagd, hadden we vast tegen gestemd. Ik verwacht van kunst dat het telkens niet doet wat ik verwacht. Dus vraag me vooral niet wat ik wil, vooraf.

Natuurlijk heb ik wel ideeën over kunst. Heel veel mensen hebben dat. Wat doe je daar dan mee, als moderne, inspraaklievende, draagvlak-creërende gemeente?

Zoals bij veel problemen biedt kunst ook hier het antwoord.
Voor hun kunstwerk ‘Het Goud van Lopik’ organiseerden Hans Aarsman en Erik Kessels workshops met ondernemers van het naastgelegen bedrijventerrein. Twaalf van hen bedachten een kunstwerk voor de rotonde. De ontwerpen zijn verguld en in een capsule onder de rotonde begraven. Daar zouden meer gemeentes iets mee kunnen doen, zo’n ideeënbus onder de grond. Veilig voor toekomstige generaties.

Deze column stond in de september-editie van de Uitkrant Amsterdam. Je kunt ‘m ook altijd hier gratis lezen (of als je in Amsterdam bent, ergens meenemen).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s