Uitkrant #28: waarin ik me niet meer kan verstoppen

Uitkrant #28: waarin ik me niet meer kan verstoppen

Het nieuwe normaal sloop mijn leven binnen zonder dat ik er erg in had. Mijn geliefde D. begon zijn locatie te delen. Als hij onderweg was naar mij plopte er een kaartje tevoorschijn en zag ik live in WhatsApp hoe zijn poppetje over het IJ naar mij toe schipperde. Ik had er niet om gevraagd, maar zoals wel vaker met technologische ontwikkelingen waar ik niet om heb gevraagd (groepschats, 4D-bioscoopstoelen met windeffecten, kinderwagens voor honden, de intelligente haarborstel) legde ik me erbij neer dat het vanaf nu zo zou zijn. Volgens die beroemde quote, die nu ik hem Google niet van Darwin blijkt te zijn maar van ene Megginson, is het immers niet de sterkste of intelligentste persoon die de beste overlevingskansen heeft, maar degene die het best tegen verandering kan.

Na een paar weken eenzijdige lokatie-informatie sommeerde D.: ‘doe ff locatie delen’. Allez, dacht ik, het moet wel een beetje van twee kanten komen, zo’n relatie. Mijn ligging was nu ook weer geen staatsgeheim en ik vertrouwde mijn iPhone alle gevoelige informatie toch al toe, tot mijn pornovoorkeuren aan toe. Het had ook iets romantisch, vond ik, tot een technologisch-conservatieve vriend zag hoe ik tijdens een etentje het kaartje opende om te kijken waar D. zich bevond. De vriend zei: ‘Dit is ontzettend creepy en fucked up’ en deed zijn best om de ernst van de situatie aan mij uit te leggen. Ik zat, als ik het goed begreep, in een 1984-achtig observatorium, een situatie van totale controle, waarin mijn gegevens vroeg of laat tegen mij zouden worden gebruikt.

Zou kunnen. Toen Snapchat een locatiefunctie lanceerde in 2017, wisten veel gebruikers niet dat de app hun locatie niet alleen deelde als ze een post plaatsten, maar elke keer als ze de app openden. Zo verklapten een hoop vreemdgangers dat ze níet bij de Zonnebloem waren voor vrijwilligerswerk, maar bij hun tweede viool. Ik héb geen tweede viool, bedacht ik, maar ja, dat moet je bij twijfel dan dus bewijzen met je locatiegegevens. Er bestaan echtelieden die elkaar voortdurend tracken, omdat het kan. Ik keek de vriend glazig aan en vroeg me intussen af: wat doet D. zo lang op de De Clerqstraat? (Antwoord: Slijterij Sterk)

Vorige week zou ik D. ontmoeten op het station. ‘Ik ben onderweg’, typte ik met de ene hand, terwijl ik met de andere mijn nog natte haar kamde. ‘Onderweg’ is, dat weten we allemaal, een rekbaar begrip. We zijn allemaal voortdurend onderweg. D.’s poppetje stond al voor de Hema. ‘Deel even je locatie :)?’, appte hij. Argh! 1984! Totale observatie! Supersurveillance! Dystopia! Niet delen betekende toegeven dat ik loog. Wel delen ook. Wat als ik hierna nog meer wilde liegen? En, belangrijker: wat als ik gewoon soms kwijt wilde zijn?

Een youtuber liet me in acht handige stappen zien hoe ik kon doen alsof ik in de bieb zit, terwijl ik in werkelijkheid in da club sta, muhaha! Het omgekeerde zal voor mij harder nodig zijn, eigenlijk. Mijn ware gegevens zijn vooral oninteressant, maar daarom niet minder waardevol. Als je in mijn iPhone mijn Belangrijke Locaties bekijkt (ja, die houdt-ie bij), zie je een platgetreden paadje tussen kantoor en thuis.

Toch geloof ik dat ik nu in een proefperiode zit, qua locatiegegevens. D. was intussen een kroketje gaan eten bij de Febo.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s