Uitkrant #34: waarin ik vrees steenrijk over te blijven

Uitkrant #34: waarin ik vrees steenrijk over te blijven

Bij de post zit een brief waarin staat dat ik rijk ben. Tenminste, als ik even meewerk. Volgens de brief willen namelijk alle urban professionals in Noord wonen en zou ik wel gek zijn als ik daar niet koninklijk van profiteer. Ik krijg de brief trouwens regelmatig, zo regelmatig dat ik begon te vermoeden dat er een bron van printerinkt in de grond onder mijn huis moet zijn gevonden. Maar nee, mijn huis is zomaar 70% in waarde gestegen, zonder dat er iets aan is verbeterd. Het slechte nieuws: alle andere huizen in de buurt ook, dus ik moet na de verkoop helaas verhuizen naar Bommelskous of Dwingeloo.

Steeds als ik de brief krijg, ligt hij me een tijdje op mijn bureau aan te kijken. Taxatie, de foto’s voor op funda, alles gooit de makelaar gratis in de strijd. Steeds meer mensen rondom mij zwichten. Mensen die kinderen hebben gekregen, of honden, mensen die geen zin hebben om met hun kinderen en honden een hoogslaper te delen. De een na de ander verhuist de stad uit, of begint te zinspelen op z’n vertrek door subtiele plattelandspropaganda te verspreiden. Ze gaan naar Landsmeer, Wormer, Lutjewinkel, of nog verder. En ze plegen onderling geen enkel overleg met elkaar om ook maar enigszins in een praktisch patroon rondom mij te gaan wonen.

Sinds kort is ook mijn zus gaan dreigen. De hond heeft ze alvast. Voortdurend stuurt ze funda-links van snoezige hans-en-grietje-huisjes die grenzen aan wijdse natuurgebieden. Ik doe dan alsof ik haar het buitenleven en geluk van harte gun, maar ik helaas een fataal gebrek aan het huis heb gevonden. ‘Ai… het grondtype in dit gebied is erg gevoelig voor bodemverzakkingen en zinkgaten’, stuur ik terug, ‘dat wordt opnieuw funderen!’. Zeggen dat het huis recht onder een aanvliegroute danwel op een breuklijn ligt, werkt ook altijd. Trekt ze toch niet na. Als ze volhoudt, heb ik altijd een rottende dakconstructie achter de hand. Dan zit mijn taak er weer op, en blijft ze alsnog om de hoek in Noord wonen.

Voorlopig, dan. Op een bepaald moment zijn mijn breuklijnen, houtwormen en aanvliegroutes op. Dan zit ik hier, zonder zus, tussen gebouwen die Manhattan en Buenos Aires heten. Vandaar dat de brief blijft liggen. Het is een dreigement – zoiets gooi je niet zomaar weg. Als ik mensen op het bankje tegenover mijn huis zie zitten, stel ik me voor dat het vermomde investeerders zijn. Hebben ze nou een bouwtekening bij zich, en zwaait die vrouw daar met een kleurenwaaier? Als ik erlangs loop, zou ik zweren dat ze me zachtjes toesmiespelen: ‘Ey, psssst… verkopen?’

Misschien moet ik me voorbereiden op het onvermijdelijke en me toch maar oriënteren op het buitenleven. De echte breuklijn ligt aan de ring, het is alleen nog afwachten aan welke kant ik mee mag doen. Ik denk dat ik de makelaar toch eens uitnodig voor de vrijblijvende taxatie. Al is het maar om ze een middagje van hun werk te houden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s