Uitkrant 36: waarin ik gezellig met de buren om het vuur kruip

Uitkrant 36: waarin ik gezellig met de buren om het vuur kruip

Het is zaterdagavond en dit is het plan: ik ga opgekruld in de hoek van de bank zitten om een Netflixserie te kijken die ik niet per se hoef te zien en af en toe zal ik, één slapend been achter me aan slepend, naar de keuken gaan voor proviand. Ik heb mijn ogen al strak op een of andere truecrime-toestand gericht, als ineens een doffe knal klinkt: pal voor mijn raam schiet binnen één tel een manshoog vuur op. Zie ik een schim wegschieten? Ik druk op de pauzeknop. True crime. Voor míjn raam. Een scooter staat in de fik, en dan een tweede. Call 911! Nee sorry, 112.

Als ik ophang klinkt er een kanonslag, dat zal de tank zijn, en is het vuur een verdieping hoog. Mijn huiskamer baadt in rood licht, de hitte broeit al door het glas. Gehypnotiseerd staar ik in de knetterende vlammen. Opvallend, hoe makkelijk het is om iets boeienders te maken dan er op Netflix is.

Ook de buren hebben hun tv’s gepauzeerd en komen in banktenue hun huizen uit. Ik loop op sokken naar buiten. Daar is Rob, hij noemt zich de buurtnazi, en tsja, kom hoe heet ze ook alweer, die aardige oudere buurvrouw met wie ik te vaak een kletspraatje heb gemaakt om haar naam nog te kunnen vragen. Ik bedenk dat ik van vrijwel geen van hen de naam ken, alleen hun huisnummer: ik spreek ze van dankjewel-doei als we pakketjes uitwisselen die we voor elkaar hebben aangenomen. Je kan veel zeggen van die brandstichters, maar ze brengen de mensen wel bijeen.

‘We kunnen dit vaker doen’, zegt nummer 210, die Sjoerd blijkt te heten, terwijl hij een sjekkie rolt. Een ander stelt een buurtbarbecue voor. Even krijg ik de aandrang mijn tuinmeubilair te offeren aan het vuur. Wat grof vuil erop, zo’n kinderfietsje of een conifeer, iemand pakt een sixpack – maar dan maakt een brandweerman met een sissende straal een eind aan het spontane buurtfeest.

Een politieman kijkt met zijn armen over elkaar toe. ‘Ik zag nog iemand weglopen’, zeg ik tegen hem, terwijl ik me afvraag of de vermoedelijke schim ook een kat had kunnen zijn, ‘die kant op’. Ik kijk de agent verwachtingsvol aan, met een blik die zegt: apport agent!, alsof ik de hoop koester dat hij het op een hollen zal zetten, die kant op, om versterking zal vragen via zijn portofoon, en er dadelijk een formatie van helikopters met groot licht boven mijn huis zal cirkelen. Je probeert er toch alles uit te halen, zo’n zaterdagavond. Hij verroert geen vin. ‘Het is vreselijk lastig, vrijwel onmogelijk, mevrouw, om brandstichters te pakken’, zegt de agent. Even kijk ik de kring rond: de pyromaan kan in ons midden zijn, die is een blokje om gegaan om dan te komen kijken, zo gaat dat heb ik op Netflix gezien.

’Heeft u een signalement?’, vraagt de agent, om toch maar iets te vragen. Even overweeg ik een nauwkeurige omschrijving te geven van mijn ploertige overbuurman, maar ik ben door de brand in een immens buurlievende bui en schud braaf mijn hoofd.

Advertenties

Een gedachte over “Uitkrant 36: waarin ik gezellig met de buren om het vuur kruip

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s