Tv-recensie #2: Undress for Love

Tv-recensie #2: Undress for Love

Volgens RTL 5 is Undress for Love hét programma waarover we het deze herfst gaan hebben. Bij dezen. 

Undres.jpeg

Advertenties
Uitkrant #31: waarin ik verder ga als Emmylou Weaver

Uitkrant #31: waarin ik verder ga als Emmylou Weaver

‘English please?’, glimlachte het meisje. Ik vroeg of ze ’t wilde giftwrappen, waarna ik de Raadhuisstraat overstak naar een kledingwinkel. Ook daar werd ik aangesproken in het Engels, dit keer door iemand die overduidelijk Willeke heet. Mooi, denk ik dan, ik kan kennelijk doorgaan voor iemand die, nou ja, in elk geval géén Willeke heet, maar misschien wel Emmylou Weaver, een Amerikaanse advocate.

Vaak ga ik dan de hele middag verder als Emmylou, ook als ik even later bij zo’n muffinzaak waar alle muffins zijn betoverd door feetjes een unicorn latte bestel. Een van de voordelen van wonen in de stad is dat je ongestoord nieuwe persoonlijkheden kunt uitproberen. Al heeft Emmylou een nogal buitensporig uitgavenpatroon.

Onlangs las ik in Metro dat 67% van de mensen het ‘belachelijk’ vindt als ze in het Engels worden aangesproken in een Nederlandse zaak. Onder artikelen en op fora reageren ze alsof van hen geëist wordt dat ze in gebarentaal of Mandarijn communiceren: ‘Wil in mijn eigen land mijn eigen taal spreken PUNT!!!!!!”, schrijft Carmenmijnals.‘In de Nederlandse horeca spreekt het bedienend personeel NEDERLANDS. BASTA!!!’, aldus P8 en Rita zegt: ‘Wij kunnen geen engels.’

En ook al geen Nederlands. Leenwoorden uit het Italiaans zijn kennelijk wel goed – verder neem ik aan dat deze hoeders van de moerstaal geen pulled pork bestellen maar trekvarken, en geen unicorn lattes maar eenhoornschuimklutskoffie. Of helemaal niets, want Frits Spits, presentator van De Taalstaat, verklaart zelfs dat hem ‘de eetlust bijna vergaat’ als hij in het Engels wordt aangesproken. Bijna dan, hè. Wel meer horecabezoekers krijgen bijna geen hap meer door de keel van Engels. Sommigen staan er zelfs op in het Nederlands geholpen te worden en wachten (vermoedelijk nog steeds) op Hollandse bediening, een ander deel zegt onmiddellijk te vertrekken.

En dat is mooi. Als deze 67% nou eens lekker de zaak uit stampt, zou dat schelen. Er zijn namelijk nog altijd grote tekorten aan personeel in de horeca, vooral omdat er bijna geen Wiebe of Willeke boven de 25 jaar wil werken: lage lonen, werken als iedereen vrij is en waardeloze flexcontracten. Werk voor de niet al te veeleisende nieuweling, kortom, voor wie het Engels meestal ook niet de eerste taal is.

Woede over Engelssprekend personeel doet dan ook vaker aan als xenofobie dan als diepgevoelde taalliefde. Een tweede taal verdringt het Nederlands niet, volgens taalonderzoek, mits kinderen het Nederlands eerst goed leren. Als je je druk maakt over de teloorgang van het Nederlands, heb je meer te vrezen van verengelsing op scholen en universiteiten, tweetalige havo-vwo’s en ontlezing.

Mocht je echt moeite hebben eruit te komen met de ober, dan is er nog altijd Google Translate. Over Google gesproken: we mogen blij zijn dat we nog door mensen bediend worden, binnenkort zijn het vast allemaal robots. De grote vraag is dan: spreken die Engels of Nederlands?

Uitkrant #30: waarin ik word verscheurd door persoonlijkheden

Uitkrant #30: waarin ik word verscheurd door persoonlijkheden

De vraag ‘wie ben ik eigenlijk?’ kan je op de meest ongelegen momenten overvallen. Op de fiets bijvoorbeeld, in de Spuistraat. Ik had een poos geleden een mailtje ontvangen met de vraag of ik iets voelde voor lidmaatschap van het Soho House. Tot ik erlangs fietste, had ik mijn antwoord uitgesteld. Het Soho House is voor mij nog altijd het Bungehuis: door die draaideur ben ik als student vaak het zwaarmoedige interieur van geglazuurde tegels en tropisch hardhout binnengegaan. De ernst van het gebouw paste goed bij mijn romantische ideaal van studeren. Dat ideaal stond onder druk: door dat raam links van de deur, zijn in 2015 de studenten binnengeklommen die het pand hebben bezet, uit protest tegen bezuinigingen, het rendementsdenken van de UvA en de verkoop van het pand. Hier voor de deur begon de protestmars waarin ik meeliep. Toen was ik arm, nog maar net student af.

En nu? Eh… kennelijk zie ik eruit alsof ik wel lid zou kunnen zijn van een gelikte club cocktailsippende succesnummers. Wablief? Ik? Ik lijk op die mondaine creative die op het dak baantjes trekt, iemand die baantjes doorspeelt en doorgespeeld krijgt, iemand die vast wel 1800 euro heeft liggen? Nou… als u het zo zegt, inderdaad, dat ben ik! Faked it till I made it, waar mag ik een arm en een been betalen om mee te mogen doen? Kom maar door met die cocktails met agave en chili en kan mij het schelen, doet u de langoustines er ook bij. Na mij de zondvloed, santé! Back in da Bungehuis.

De tweede stem klonk vaag als een van mijn vrienden die nog wél idealen heeft. Zo, Curvers, zo jong en nu al je idealen verwaterd door wat cocktails met een levensverhaal en een ondermaats plonsbadje? Jij bent toch in je hart meer sportfondsenbad en sowieso: heb je dat nou nodig, zo’n kliekje, dat nota bene het centrum in gebulldozerd is met twee middelvingers in de lucht naar de hotelstop? Als ik jou daar vanaf het dakterras hete centen naar het volk zie gooien, dan zwaait er wat.

Mijn sociale leven beslaat, zo onthult de komst van Soho, een spagaat tussen de happy few die bij de opening tegen Kelis aanschuurden, tot trotse socialisten die tot de laatste snik met megafoon voor het Bungehuis stonden. De uitnodiging was een ongemakkelijke gewaarwording: ik ben niet immuun voor de verlokkingen van de eerste groep, en ook niet voor de angst verstoten te worden door de tweede.

Wat me definitief genas van mijn neiging daar een teen in het bad te steken, was het promotiefilmpje van Soho House dat een paar weken geleden verscheen: daarin plaatste de kersverse club zichzelf alvast, met grote gebaren de plank misslaand, in een traditie van vrouwen als Anna Maria van Schurman, de eerste vrouwelijke student van Nederland, feministe Corry Tendeloo en verzetsvrouw Corrie ten Boom. Die laatste hielp joden onderduiken en ja, het Soho House zag daarin een parallel met zichzelf en haar leden. Grote schoenen om te vullen. Vooral doen, maar ik fiets even door. Als je me daar toch een keer ziet, sla me dan alsjeblieft met een natte Uitkrant in het gezicht.